#gs.tv9.002

Beurskrach

Snelle waardedaling van aandelen waardoor mensen ineens heel veel geld verliezen op de beurs.


Synoniemen/andere benamingen voor dit begrip:

  • Ineenstorten aandelenkoersen
  • Crisis

Waar komt dit woord vandaan?

  • Beurs - Beurzen: de plek waar aandelen verhandeld worden. Aandelen zijn als het ware kleine stukjes van een bedrijf wat je kan kopen.
  • Krach = term. om aan te geven dat koersen op de beurs sterk dalen.


Beurskrach 1929

In 1929 vond een beurskrach in de Verenigde Staten plaats. Deze beurskrach had een wereldcrisis tot gevolg.

 

Oorzaken

Geleend geld

In de jaren twintig van de vorige eeuw, ging het economisch gezien erg goed met Amerika. Deze periode wordt ook weleens de Roaring Twenties genoemd. In Amerika werden er veel luxeproducten geproduceerd en vaak kochten mensen dit van geleend geld. Dit geld moest uiteraard ooit terugbetaald worden aan de banken.

 

Aandelen

Doordat het economisch gezien zo goed ging met Amerika, wilden veel mensen meedelen in de winsten en besloten te investeren in aandelen. Aandelen zijn als het ware stukjes van een bedrijf dat je koopt. Als het goed gaat met het bedrijf, kan je winst boeken op de aandelen. Gaat het niet goed met het bedrijf, dan leid je verlies. 

Veel van die aandelen werden gekocht met geleend geld. Op het moment dat de koersen in 1929 instorten, raken mensen én hun investering in de aandelen kwijt én kunnen ze het geld niet meer terugbetalen aan de banken. Mede hierdoor gaan veel banken failliet in 1929.

 

Landbouwindustrie

Door de Eerste Wereldoorlog, was er vanuit Europa destijds veel vraag naar landbouwproducten uit Amerika. Om aan deze vraag te kunnen voldoen, leende veel boerenbedrijven geld om machines te kunnen kopen, om vervolgens genoeg voedsel voor Europa te kunnen produceren. Na de oorlog, produceerde Europese boeren zelf veelal hun producten weer, waardoor de landbouw in de Verenigde Staten financieel in de problemen geraakte. Zij moesten immers het geleende geld terugbetalen aan de banken

 

Dawesplan

Het Dawesplan was een plan vanuit de geallieerden om Duitsland na de Eerste Wereldoorlog te laten betalen voor de gemaakte schade. Ook zou de Verenigde-Staten geld ontvangen vanuit dit plan, maar in werkelijkheid bleek Duitsland zich niet aan de betalingsregelingen te houden, waardoor de Verenigde-Staten in geldnood kwam. Ook dit droeg bij aan de economische tegenslag van 1929

 

Conjunctuur in de economie

Als het goed gaat met de economie dan noemen we dat hoogconjunctuur, als het slecht gaat met de economie heet dat laagconjunctuur. Tegen het einde van de jaren twintig aan, had de economie in Amerika haar hoogtepunt wel bereikt. De koopkracht van mensen nam af, waardoor het langzaam slechter ging met de economie en het vertrouwen er in langzaam afnam.

Aanleiding

De directe oorzaak voor het ontstaan van de Beurskrach in 1929 is het ineenstorten van de aandelenkoersen. Op de zogeheten Zwarte Donderdag (24 oktober 1929) hadden de aandeelhouders geen vertrouwen meer in de economie en begonnen hun aandelen massaal te verkopen. Hierdoor zakten de koersen nog meer, waardoor de gehele aandelenbeurs instortte.

Gevolgen

De gevolgen van Zwarte Donderdag waren enorm:

  • Veel aandelen waren gekocht met geleend geld, door het ineenstorten van de aandelenmarkt konden mensen hun leningen niet meer terugbetalen.
  • Doordat banken hun geleende geld niet meet terugkregen, gingen veel banken failliet.
  • Door het failliet gaan van banken, raakten veel bedrijven hun geld (wat ze bij de banken hadden staan) ook kwijt. Een grote economische crisis was het gevolg.
  • Mensen consumeerde minder, waardoor de economie als het ware helemaal stil kwam te liggen.
  • Doordat Amerika handelde met landen over de hele wereld, ontstond er een wereldwijde economische crisis.

 


Gevolgen Beurskrach in Nederland

Nederland handelde veel in bloemen en aardappelen met Amerika. Door de beurskrach kwam deze handel vrijwel volledig stil te liggen, waardoor de Nederlandse economie ook een klap kreeg. Veel mensen kwamen zonder werk te zitten. Het aantal werkelozen steeg in Nederland tussen 1929 en 1935 van 22.000 tot bijna 500.000 mensen.

 

Steun

Veel werkelozen konden niet meer rondkomen, de overheid hielp nauwelijks. Als je geen recht meer had op een werkeloosheidsuitkering, dan kon je bij de overheid aankloppen voor de zogeheten steunuitkering. Deze steun was enorm laag. Om te voorkomen dat mensen toch zwart bij gingen verdienen, moesten de 'steuntrekkers' twee keer per dag een stempel halen.

 

Werkverschaffingsprojecten

De overheid probeerde toch werk te creëren door zogeheten werkverschaffingsprojecten op touw te zetten. Dit waren grote projecten waarin bijvoorbeeld kanalen en dijken werden aangelegd. Het loon dat de mensen hiervoor kregen, lag net iets hoger dan de steunuitkeringen.